Nederlog        

 

12 januari 2008

                                                                 

Hermans en Wittgenstein

 

 

Zoals ik al eens eerder opgemerkt heb - o.a. in Het raadsel van de Nederlandse literatuur, Over literatuur en 30 favoriete schrijvers - vind ikzelf, altijd met uitzondering van Multatuli, niet veel genot in de Nederlandse literatuur, en prefereer ik de Engelse literatuur (tot 1830), die ik ook een stuk beter ken, ondertussen, dan de Nederlandse.

De Nederlandse schrijver - afgezien van Multatuli - waar ik de meeste boeken van bezit is W.F. Hermans, die ik geen groot schrijver vind, waar hij het zelf mee eens was, maar aan wie ik wel het een en ander aan te danken heb, dat voornamelijk de Nederlandse literatuur, Multatuli en Wittgenstein betreft.

Eerst de Nederlandse literatuur, waar ik als puber héél weinig aan vond (met altijd die ene grote uitzondering) zodat het mij op jonge leeftijd nogal verbaasde dat zovelen deden alsof de Nederlandse literatuur iets hoogst bijzonders was, met tál van Grote Schrijvers - Schierbeek! Lodeizen! Blaman! Ter Braak! Burnier! Reve! - waar ik helemaal niets aan vond, maar die de leraren Nederlands op de HBS wel door je strot poogden te duwen, ook met argumenten als - historisch waar, anno 1965 -

"Multatuli is tegenwoordig toch wel érg verouderd, hoor!
Lees eens wat goed moderns, zoals Schierbeek!"

Dit bevreemdde me, maar ik was jong, naďef en goed van vertrouwen, en was aanvankelijk geneigd te denken dat het overwegend aan mij lag, en mijn gebrekkige kennis van literatuur.

Het was daarom prettig om ergens in 1967 Hermans' "Mandarijnen op zwavelzuur" te lezen, dat de vloer aanveegde met veel dat ikzelf als gruwelijk vervelend of aanstellerig had ervaren, en dat van de hand was van een toen gevierd, prominent en omstreden Nederlands schrijver, ook met enig talent voor polemiek en sarkasmes, wat mij wel beviel, al zag ik ook dat Hermans ook hier niet in de schaduw van Multatuli kon staan.

En vervolgens dan Multatuli, omdat Hermans kennelijk ongeveer zo dacht over Multatuli als ik, en in de zeventiger jaren een biografie van hem schreef, verluchtigd met vele fraaie illustraties en een zeer interessant stuk van Amorie van der Hoeven, die Multatuli persoonlijk gekend had, en redelijk veel van hem wist.

Dit leek mij indertijd al verreweg de beste biografie van Multatuli die ik kende, en trouwens ook het beste boek van Hermans, en dat denk ik allebei eigenlijk nog steeds.

Het treft dus voor u dat de erven Hermans zo aardig zijn geweest de biografie gratis beschikbaar te maken op het internet in pdf, en ik kan een en ander van harte aanraden, zowel vanwege Multatuli als Hermans.

Tenslotte Wittgenstein. Ik nam de afgelopen week de twee delen van Hermans "Het Sadistisch Universum" ter hand, die in mijn boekenkasten staan sinds hun publikatie, en die allebei redelijk veel over Wittgenstein bevatten, die mij volledig onbekend was toen ik daar als 17-jarige over las in de eerste "Het Sadistisch Universum", wat mij zeer interesseerde omdat ikzelf veel over filosofie en logica peinsde, zonder veel relevante kennis, en ook tegen de limieten van het taalgebruik was aangelopen.

Ik kocht dus snel Wittgenstein's Tractatus, verwierf geheel toevallig aldus mijn eerste echte vriendin, die in de boekhandel werkte waar ik de Tractatus kocht, en raakte al snel geďnteresseerd in analytische filosofie, wetenschapsfilosofie en logica, waarbij Russell me overigens al snel zinniger voorkwam dan Wittgenstein, in het bijzonder de latere Wittgenstein, van de "Philosophische Untersuchungen", die ikzelf altijd - net als Russell, bleek me later - voor onzin heb gehouden.

Maar een en ander was toch mijn introductie tot zinnige filosofie, en die dank ik aan Hermans.

Daarom ook, aangezien ik de Wittgenstein-stukken in de beide delen van het Sadistisch Universum afgelopen week herlas (het tweede deel daarvan heeft overigens de subtitel "Van Wittgenstein tot Weinreb", en gaat inderdaad voornamelijk over deze twee denkers), nog het volgende, vooral omdat ik (1) begrijp dat Hermans' Volledige Werken ondertussen voorbereid of in druk gebracht zijn, althans gedeeltelijk en (2) ikzelf de afgelopen 40 jaren nogal wat filosofie gelezen heb, ook van en rondom Wittgenstein.

Het geval is namelijk dat de stukken van Hermans over hem, die in mijn gedrukte versies uit 1967 en 1970 dateren, weliswaar voor dié tijd en dít land behoorlijk tot zeer geďnformeerd waren, en ook redelijk zinnig, achteraf nogal wat fouten bevatten.

Deze fouten zijn grotendeels niet aan Hermans te wijten, die zijn best had gedaan, maar ze zijn veertig jaar later voor een béétje Wittgenstein-kenner (wat ik ben, maar niet érg veel meer, want ik was nooit een groot enthousiast voor hem) makkelijk aan te wijzen.

Kortom - de bezorger van Hermans' Volledige Werken, althans wanneer deze wil dat neerlandici geen nogal misleidend Wittgenstein-beeld opgediend krijgen (hij was bijvoorbeeld homofiel, hoewel zijn familie Hermans trouwhartig verzekerde dat hij noch in vrouwen noch in mannen geďnteresseerd was, wat Hermans weer opschreef en publiceerde), zou er verstandig aan doen een echte Wittgenstein-expert (dokter Bert Keizer misschien?) aan het annoteren te zetten, voor Hermans Volledige Werken.

En dat niet omdat Hermans veel te verwijten valt, want hij deed z'n best en de stukken zijn interessant, maar omdat er sindsdien veel relevante kennis bij is gekomen, die aanleiding behoort te geven, in een behoorlijke uitgave althans, tot een redelijk aantal correcties in voetnoten, zodat de lezers geen aanwijsbaar en tegenwoordig bewijsbaar vals beeld krijgen van het onderwerp van de stukken.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail