Nedernieuws        

 

6 november 2005

                                                                 

Nederonderwijs  

 

 

In de NRC van 4 november staat een stuk n.a.v. een pas verschenen boek met de titel "Steeds minder leren - De tragedie van de onderwijshervormingen." Journalist (?) Duursma is een man van het eten van twee wallen, zoals ik straks zal laten zien. Hij omschrijft het boek zo:

"Al te veel nuance valt natuurlijk niet te verwachten van een bundel met als ondertitel "De tragedie van de onderwijshervormingen." Dit boek, uitgegeven ter gelegenheid van het vijfde lustrum van de Vrienden van het Gymnasium, is een noodkreet, een oproep tot debat over de toestand van het onderwijs. Want met dat onderwijs is het bijzonder beroerd gesteld, menen bijna alle 36 auteurs."

Die mening deel ik - en verkondig ik al publiek sinds vóór het ontstaan van de Vrienden van het Gymnasium, en vanwege die mening ben ik twee keer van de UvA verwijderd, en daar vele keren voor 'fascist' uitgemaakt, o.a. door de feministische vriendinnen van mevrouw doctor Withuis, en wie weet zij zelf ook. Journalist (?)  Duursma vervolgt

"Wie al die stukken achter elkaar leest, blijft verslagen achter. Geveld door een overdosis cultuurpessimisme. Zo'n lezer overweegt emigratie, om zijn kind de gruwel van het Nederlandse onderwijs te besparen."

Misschien is Duursma geen journalist, maar spreekt hij namens de PvdA, die terecht veel gekritiseerd wordt door mensen die iets weten van het verval van het Nederlandse onderwijs sinds 1965, maar die in dit stuk nogal beschermd wordt.

Hoe het zij: Dat het Nederlandse onderwijs sinds 1965 bijzonder verarmd is is geheel géén "overdosis cultuurpessimisme". Het is een gewoon elementair feit dat men tegenwoordig in het eerste jaar van de universiteit dingen moet leren - rekenen met breuken, grammaticaal Nederlands - die ikzelf, en ieder ander van mijn leeftijd, bij machte was rond mijn tiende, op een toen heel gewone lagere school, in wat feitelijk toen "een achterstandswijk" was, al heette dat toen niet zo, namelijk de Staatsliedenbuurt van Amsterdam rond 1960.

En wie kinderen heeft met een IQ boven de 125 doet er inderdaad verstandig aan te emigreren, tenzij hij of zij erg rijk is en zelf het onderwijs kan verzorgen: De Nederlandse scholen en universiteiten zijn de afgelopen 40 jaar verworden tot armzalige puinhopen, die bol staan van pretenties, zoals over het Adelmundse "leren leren", zonder enige reëele prestaties.

Wie in Nederland enigermate hoogbegaafd is en géén rijke ouders heeft die hem of haar privé-onderwijs geven zal in Nederland bestolen worden van zijn recht op ontwikkeling en op onderwijs in overeenstemming met zijn talenten. Aangezien dit een mensenrecht is, doet iemand die het serieus met z'n hoogbegaafde kinderen voor heeft er dus heel verstandig aan Nederland z.s.m. te verlaten, en bijvoorbeeld naar Canada of Scandinavië te vertrekken.

"Stuk na stuk klinkt immers hetzelfde refrein: de vernieuwingen sinds de jaren zeventig hebben het onderwijs verpest, van kennisoverdracht is geen sprake meer, de zelfstandige rol van docenten is uitgespeeld. Schaalvergroting heeft geleid tot geldverslindende bureaucratie, bekostiging op basis van diploma's tot fraude en niveaudaling. Algemene ontwikkeling is een schaars goed, dat alleen op de gymnasia nog kan worden aangetroffen."

Ja, dat is allemaal zo - behalve dat het al aan de gang is sinds de 60-er jaren, toen Cals de Mavo en de Havo invoerde, en dat de gymnasia ook geheel niet meer zijn wat ze tot de 50-er jaren waren, omdat de eindtermen van de huidige gymnasia ook veel geringer zijn dan die van vroeger.

"In de woorden van de econoom Arnold Heertje: 'Van laag tot hoog heeft het onderwijs in Nederland een dieptepunt bereikt. We zijn er allemaal getuige van, stonden erbij, velen hebben gewaarschuwd, maar niemand heeft de neergang tegengehouden."

Hm. Het is in ieder geval niet waar dat "velen hebben gewaarschuwd", althans niet toen er nog wat aan kon gebeuren, namelijk in de 70-er en 80-er jaren: Ik deed dat toen, en werd massaal uitgemaakt, aan de UvA, voor "fascist", "élitair" en overig fraais, eenvoudig omdat ik zei een voorstander van goed wetenschappelijk onderwijs te zijn. En weldenkende men meende en zei en riep in die tijd dan heel snel dat wie dat vond - W.F. Hermans, ikzelf, wellicht nog hier en daar een eenling - "élitair" en een "fascist" was.

Het verzet waar Heertje het over heeft is precies even geloofwaardig als 99% van het verzet dat in de Tweede Wereldoorlog door Nederlanders gepleegd heette te zijn: Men collaboreerde, zowel in de Tweede Wereldoorlog, als toen tussen 1970 en 2000 het Nederlandse onderwijs geruïneerd werd uit naam van de "gelijkheid", "gelijkwaardigheid" en overige socialistische nivelleringsidealen. Ik kom er zometeen op terug, maar ga nu verder met tekst van Duursma:

"Oorzaak van de misère is volgens veel auteurs het sociaal-democratische verlangen naar gelijke kansen voor iedereen. (......) Weer waren PvdA'ers verantwoordelijk: Tineke Netelenbos, Karin Adelmund, Jo Ritzen."

Ik sla hierin een flinke hap over, waarin de PvdA'ers Van Kemenade en Wallage genoemd worden, overigens terecht, maar met veel te veel excuses. 

De échte reden ligt wat ingewikkelder dan het beweerde "sociaal-democratische verlangen naar gelijke kansen", en was ook populair bij wat toen Klein Links heette: CPN, PSP en PPR, tegenwoordig GroenLinks, en was deze: Door te poseren alsóf men voor gelijke kansen voor iedereen zou zijn kon men heel makkelijk aanstellingen aan de universiteiten krijgen indertijd, in een hoge ambtelijke schaal, en voor het leven, en kon men heel makkelijk, mits voorzien van scherpe ellebogen en partijvrienden, lid van een college van bestuur van een universiteit e.d. worden - en dàt was wat alle PvdA'ers o zo vreselijk graag wilden, net als velen uit Klein Links.

De meningen die men daarvoor voorgaf te hebben waren even gemeend als de meningen die Stalinistische appartsjiks voorgaven voor hun bevoordeling en carrière: Het waren overwegend leugens, voorzover het geen ideeën van heel domme lieden waren, die er natuurlijk ook bij waren. Maar de meerderheid loog heel welbewust en opzettelijk, en zeker Netelenbos, Ritzen, Van Kemenade, Wallage, Poppe, Cammelbeeck, Gevers, en De Hon logen allemaal, voor hun carrière, inkomen en status, en ten koste van het onderwijs en de ontwikkelingskansen van vele miljoenen Nederlanders. .

"Na weer een boutade over de devaluatie van het eindexamen (waarbij de norm wordt aangepast aan het beoogde percentage geslaagden) of de onzin van het Nieuwe Leren (dat volgens dichter en classicus Piet Gerbrandy steunt op vijf pijlers: Leukte, Onwetendheid, Intrinsieke Motivatie, Democratie en Holisme), roept te bundel steeds meer dezelfde vraag op. Als de onderwijsvernieuwingen echt aantoonbaar slecht zijn, waarom is het verzet dan niet sterker? Waarom staan we toe dat we de volgende generatie tot domheid veroordelen?"

Het antwoord is simpel: Omdat de grote meerderheid niet al te intelligent is; omdat de grote meerderheid niet zelf als volwassene deelneemt aan het onderwijs; en omdat de grote meerderheid  graag collaboreert met wat "we" en "men" publiek voorgeven te vinden, want dat is veilig en goed voor de carrière. En het is nog steeds héél populair in Nederland om zogenaamd uit naam van universele gelijkwaardigheid en zogenaamd vanwege gelijke kansen alles en iedereen te nivelleren, zo mogelijk tot onder het niveau van de doorsnee. Want de doorsnee houdt niet van wie echt slimmer is dan de doorsnee: "Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg."

"Emeritus hoogleraar Latijn A.J. Kleywegt vraagt zich dat ook af en heeft drie verklaringen. Politici erkennen pas jaren later dat hun vergissingen verkeerd zijn uitgepakt (..) Talloze instanties, commissies en organisaties rondom het onderwijs zijn gebaat bij vernieuwingen, het houdt ze bezig. Ouders zien geen reden tot zorg want hun kind presteert voldoende en docenten klagen alleen onder elkaar."

Dat zal allemaal kloppen, maar de voornaamste reden is de tweede: Er is een gigantische onderwijsbureaucratie waar de hogere functies uitstekend "verdienen" (HBO-directeuren die met een kwart miljoen euro naar huis gaan, jaarlijks, bijvoorbeeld), en waar bureaucratisch gelul, vergaderingen, beleidscommissies, en slappe stukken daarvoor een groot deel van het inkomen en de tijdsbesteding vormen. En de grote meerderheid die bij het Nederlands onderwijs betrokken is die is helemaal niet geïnteresseerd in werkelijk goed onderwijs: Men maakt carrière, men verdient geld, men is ambtenaar. Ik heb aan de hele universiteit van Amsterdam in 30 jaar hoogstens 5 werkelijk intelligente wetenschappelijk bevlogen mensen ontmoet, en dat waren vrijwel allemaal wiskundigen. De rest gaf niet werkelijk om wetenschap, en was zelf inderdaad niet bijzonder of vaak helemaal niet intelligent. Dat hoefde ook niet aan de UvA, zolang je maar de Politiek Correcte meningen van het moment uitdroeg.

Hier is Duursma's slot-alinea die, net als Withuis in het boven gerecenseerde stuk,  met een grove redeneerfout eindigt:

"Mooi aan deze bundel is dat er veel docenten aan het woord komen die wel naar buiten durven te komen met hun klachten. Jammer is dat het flink wat oud-docenten zijn, die elkaar bevestigen in hun afkeer van de vernieuwing. Als de Vrienden van het Gymnasium werkelijk een debat willen aanjagen, hadden ze ook een paar leraren moeten uitnodigen die niet op voorhand geloven dat vroeger alles beter was."

Zo, en die zit, denkt Mark Duursma ongetwijfeld. Maar het is een redeneerfout: Het gewenste debat is ongetwijfeld maatschappelijk, en niet binnen de kaften van dit gerecenseerde boekwerk. Bovendien geldt dezelfde grove misser voor de Holocaust: Ach, waar blijven toch de ontkenners daarvan voor een gezellige "gelijkwaardige", "genuanceerde" discussie?

En waarom zou het niet eenvoudig feitelijk waar kunnen zijn wat de grote meerderheid in deze bundel stelt, namelijk dat er zich feitelijk een ramp heeft afgespeeld in het Nederlandse onderwijs: Over een periode van 40 jaar zijn de eindtermen minder dan de helft van wat ze vroeger waren.

Als het dus zo is dat Nederland "een kennis-economie" is, dan is het Nederland van de nabije toekomst tot honger en gebrek gedoemd, omdat het Nederland van "mijn generatie van verraders" (Komrij) alle voorwaarden om een functionerende en winstgevende kennis-economie in stand te houden uit naam van de gelijkheid genivelleerd heeft tot vrijwel nul.

En tenslotte, over hoe het zo heeft kunnen komen: Omdat ook nu maar heel weinigen de moed van hun meningen hebben, en dat - o wonder boven wonder -"het flink wat oud-docenten zijn". Zó was het vroeger ook: Men verzette zich niet; men praatte en collaboreerde mee; men geloofde en hoopte dat het "mijn tijd wel zal duren"; men wachtte met kritiek tot men zelf veilig binnen was met pensioen, of de tijdsgeest radikaal anders was geworden.

Nu is het Nederlands onderwijs kapot, en als Nederland over een generatie een ontwikkelingsland zal zijn, dan is dat objectief verdiend, gezien het niveau van het onderwijs dat men sinds 1970 gehad en "genoten" heeft in Nederland, en dan zal dat de schuld zijn van bijna iedereen die toen leefde en werkte of studeerde in en rond het onderwijs: Behoudens mijzelf bralde vrijwel iedereen vrijwel overal mee met de nivellering, die dan ook gewoonlijk politiek versleten werd als "demokratisering" - en die veel uitvreters en oplichters van mijn generatie inderdaad aan hele zachte hele vette bestuurs-sinecures voor het leven hebben geholpen. De meeste van het zooitje was inderdaad van de PvdA, en behoort er nog steeds tot de top.

Ze logen en bedrogen voor macht, geld en status. En als ze dat niet deden waren ze hopeloos dom, en gewillige werktuigen van hun liegende en bedriegende leiders. Het is simpel, bitter, en waar, en ook geen slechte samenvatting van "het socialisme" in de feitelijke maatschappelijk praktijk.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail