Nedernieuws        

 

8 juli 2005

                                                                 

Jacques de Kadt

 


Ik weet niet of "De Kadt" je veel zegt, maar het was een Nederlander die leefde van 1897-1988 en die een prominente rol speelde in de CPH (H niet N, zoals zijn biografie op het internet van het zogenoemde "Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland" fout zegt) tussen 1919 en 1926, en daarna (o.a.) in de SDAP en de PvdA.

Wel, ik had hem wel eens horen noemen in mijn communistentijd, die eindigde in 1970, maar nooit gelezen. Hij was bevriend met uitgever Geert van Oorschot, die diverse jaren geleden overleed, en de uitgeverij overdeed aan zijn zoon, die kennelijk z'n opslagruimtes aan het leegmaken is, want een paar jaar geleden werden de Brieven en Documenten delen van de VW van Multatuli verramsjt, en nu lag "Uit mijn communistentijd" van de Kadt uit 1965 in de ramsj bij Scheltema etc.

Ik dacht: Laat ik eens kijken, want er staat me bij dat hij geacht werd een helder hoofd te hebben en goed te schrijven. Nu, De Kadt is aardig, maar intellectueel teleurstellend. Het boek gaat feitelijk vooral over 1919-1926 en bestaat uit persoonlijke herinneringen van die tijd.

Het is aardig als geschiedenis en tijdsbeeld, voor wie in dit soort zaken geïnteresseerd is tenminste, en geeft het veel details die ik niet wist, al ken ik veel van de namen wel, en de theoretische achtergronden ook. Mijn vader heeft bijvoorbeeld Wijnkoop en Van Ravesteijn - de eerste Nederlandse communisten, en de oprichters van de eerste communistische partij ter wereld, in 1907, aan wie De Kadt veel niet vleiende tekst besteed - ook nog meegemaakt, maar deed dat wat later, en met o.a. de verschillen dat De Kadt van 1897 is en mijn vader van 1912, en dat De Kadt CPH-lid werd in 1919 en mijn vader in ca. 1934, en van de CPN, toen De Kadt er allang weer uit was, en verder dat De Kadt in ieder geval de HBS gedaan had, en kennelijk uit een middenstands-milieu kwam, al geldt dat in zekere zin ook voor mijn vader.

Wat enigszins jammer is, is dat het een persoonlijke geschiedenis is. D.w.z. De Kadt vertelt wat hij zich herinnert, vanuit zijn perspectief, en geeft weinig achtergrond over bijvoorbeeld Pannekoek en Gorter, of andere Nederlandse intellectuelen ca. 1920.

En wat ikzelf vreemd vind maar kennelijk vooral een kwestie van intelligentie is: De Kadt had al ca. 1920 een aantal zaken en personen redelijk goed door, en geeft hoog op van zijn eigen wens te weten, te studeren, te lezen, en in allerlei theoretische kwesties geïnteresseerd te zijn. Maar alles wat hij theoretisch vermeldt, afgezien van Einstein's socialistische sympathieën, zijn alleen marxistische en socialistische theoretische kanonnen en politieke voorgangers en redenaars.

De rest van wat zich toen afspeelde in de wereld buiten het politieke wereldje waarin hij meedraaide blijft volledig onvermeld, alsof het allemaal niet bestond, of in ieder geval alsof het voor hem niet interessant was. Voor iemand die zo hoog opgeeft van zijn eigen wijde belangstelling en behoorlijke intelligentie is het wat vreemd dat De Kadt helemaal niets meldt over wat mij uit die tijd interesseert: Russell, Wittgenstein, Broad, Johnson, Keynes, Poincaré (al dood toen, maar goed) - kortom, laten we zeggen 'burgerlijke filosofie' en idem wetenschap, waarvan er toen toch veel was en veel in gebeurde, zoals bevestiging van de relativiteits-theorie, opkomst quantum-mechanica, Hilbert's pogingen de wiskunde eindig te formaliseren etc. Daar is allemaal helemaal niets van terug te vinden bij De Kadt: Alles draait om politiek en wie zich daarmee bezig houdt, en de rest bestaat kennelijk niet, althans in dit boek. (Hij noemt Keynes kort in het boek, maar verwart kennelijk de vroegere Keynes met de latere.)

Las De Kadt dan niets dan socialistische theoretici en literatuur? Ikzelf vind dat vreemd, voor iemand met zijn beweerde grote theoretische belangstelling. Of althans ... nu ik het opgeschreven heb realiseer ik me dat exact hetzelfde voor mijn linkse tijdgenoten geldt: De meer intelligenten beweerden allemaal over te lopen van "theoretische belangstelling" maar dat bleek toch vrijwel altijd weer alleen politiek en literatuur te betreffen.

Dit boek van De Kadt blijft toch uiteindelijk een persoonlijk verslag van veel politieke en persoonlijke ruzies, die er in zijn geval om ging de macht in de C.P.H. over te nemen, wat hem niet lukte. Hij heeft een grote afkeer van Wijnkoop - meestal aangeduid met 'Wp.', zoals hij veel dergelijke afkortingen gebruikt, kennelijk voor een flink deel om z'n misnoegen uit te drukken - en schrijft grappige dingen over sommigen, zoals Henriëtte Roland Holst - 'H.R.H.' - en het boek blijft aardig als persoonlijke herinneringen, maar het is analytisch en intellectueel heel dun.

Maar ja, één probleem van zijn politieke mede- en tegenstanders is dat ze zeker niet beter konden of deden dan hij.

Ikzelf had groot gelijk dat ik op mijn 20ste uitgescheden ben met politiek, waarvoor mijn voornaamste drie redenen waren dat ik het marxisme niet meer geloofde, niet theoretisch en niet praktisch en dat ik wie actief en veel aan politiek deed bijna altijd voor dom en immoreel hield, en kon dat zo vroeg o.a. omdat ik communistische ouders had, dus vroeg aan het marxisme werd blootgesteld, en - anders dan iedereen van mijn generatie die ik tegen ben gekomen die iets rond politiek deed - werkelijk in wetenschap en filosofie was en ben geïnteresseerd, en daar werkelijk talent voor heb.

De oordelen over de domheid en het gebrek aan moraal van de meesten die zich met politiek bezig houden onder voorwendsel goed te doen kunnen geadstrueerd worden met veel De Kadt-citaten, want hij heeft voor de meeste van zowel zijn mede- als zijn tegenstanders weinig bewondering, vrijwel zeker terecht, alleen vraag je je dan wel af waarom hij er dan mee bezig blééf. Kennelijk antwoord: Bij gebrek aan vermogens tot beter of anders.

Ik bedoel: Ik vond rond mijn 20ste uit dat ik véél liever beta-wetenschappen en wiskunde en logica las dan politicologische of sociologische teksten, en veel liever 18e eeuwse Engelse literatuur dan moderne Nederlandse idem, maar ik geef toe dat dit soort belangstellingen ook een zeker talent vergen om te ontstaan en te blijven.

Toch vond ik dit boek van De Kadt wel aardig om door te lezen, omdat het wat achtergronden geeft die ik niet kende, en mijn eigen oordelen over linkse politiek en wie daaraan doet ondersteunt. Een verschil met De Kadt is dat ik het uiteindelijk vrijwel zeker een stuk psychologischer zie dan hij: Waar hij meer of minder interessante of sympathieke leiders en figuranten ziet die politieke geschiedenis maken of meemaken, en opereren in een economisch en politiek raamwerk, zie ik toch vooral neuroten, carrière-makers, idealisten, totalitair misleiden, ellebogenwerkers, poseurs, romantici etc. terwijl één relevant persoonlijk verschil tussen hem en mij is dat we allebei behoorlijk laatdunkend kunnen zijn over de gaven en motieven van anderen, maar dat zijn oordeel veel meer politiek gemotiveerd is, terwijl ik veel meer oog heb voor gebrekkige kennis of gebrekkig intellect.

De Kadt heeft dat soort oordelen ook, ongetwijfeld voor een flink deel terecht, maar ik heb nog steeds geen idee van zijn kennis naast zijn marxisme en wat daarmee samenhangt, en veronderstel dat die au fond weinig voorstelde, want anders had hij er meer over geschreven of van vertoond in dit boek van meer dan 450 paginaas, en was het onderwerp van het boek, dat immers uiteindelijk zijn persoonlijke herinneringen betreft, niet puur politiek geweest.

En ik ben niet onder de indruk van zijn intellect. Hijzelf beweert dat ook niet te zijn, maar hij heeft of had in Nederland een renommée van intelligentie en belezenheid, die mij niet echt deelachtig wordt, afgezien van kennis van De Marxistische Klassieken; hij veroordeelt veel mensen als dom, kennelijk meestal terecht; maar hij bewondert er ook een stel die voor mij weinig bewonderenswaardig hebben, die mij tegenstaan, of die ik voor weinig bijzonders houd.

Eén voorbeeld is Lenin, voor De Kadt een voorbeeldig man en een genie, volgens Rummel's 'Death by Government' iemand die ruim 4 miljoen mensen liet vermoorden. En wat mij hier toch vooral opvalt en tegenstaat zijn niet De Kadt's oordelen over Lenin uit de periode die het boek behandelt, zeg 1919-1926, want je kunt zeggen dat het wel heel vreemd zou zijn geweest als hij in die tijd Lenin niet voor iets zeer bijzonders had gehouden, gegeven zijn politieke sympathieën, maar dat hij er kennelijk ca. 1965 weinig anders over dacht, en ondertussen 35 jaar had gehad om zijn oordelen bij te stellen, en er ondertussen toch redelijk wat zinnige boeken over totalitairisme verschenen waren, en over de Sovjet-Unie.

Kortom, De Kadt was toch zeer veel meer een politiek dier, en zeer veel minder een wetenschappelijk of filosofisch dier, dan ik, en evident minder intellectueel begaafd dan ik. Hij schrijft redelijk maar niet bijzonder, wat hem in politieke kringen bijzonder maakt, omdat men daar meestal niet redelijk schrijft.

Wie het cynisch wil benaderen kan "Uit mijn communistenjaren" hertitelen als "Verslag van een gefaald partij-leider", want daar komt het toch wel op neer voor een flink deel: Hij probeerde de macht over te nemen in de CPH rond 1926 en dat lukte hem niet.

En hij maakte kennelijk redelijk makkelijk een goede indruk op mensen, en kende veel van de prominente marxisten uit zijn tijd, en ging dan ook tweemaal congresseren in Moskou. (Onder die bekenden is ook Struik, de wiskundige, volgens De Kadt wel intelligent maar ook een volgeling.)

Ik vond een in memoriam op het internet, en citeer daaruit zijn karakteristiek van George Sorel, volgens de in memoriam schrijver ook op De Kadt van toepassing:

Geen genie, maar een hoog en sterk karakter en een groot, veelzijdig, diepgaand en oorspronkelijk talent.

Wel, het was zeker geen domme man, die bovendien voor een politieke essayist (!) niet slecht schreef, en hij had duidelijk moed en karakter, maar zijn grote talent wordt mij uit dit boek niet duidelijk - en ik kan er ook moeilijk aan geloven als iemand zich alleen voor politiek interesseert.

Zinniger dan het meeste andere Hollandse politieke proza is het wel, maar dat is geen kunst al is het wel een relatieve verademing. Het is geen kunst omdat het - voor wie het wil weten en wat moeite neemt - zo makkelijk is om buiten Nederland en buiten het marxisme zinnige en goede schrijvers over politieke onderwerpen te vinden, al is dat altijd een kleine minderheid.   

O, hier is een aardig De Kadt citaat over een man die ik zeer oppervlakkig meegemaakt heb, en dat mij terecht lijkt:

"Een typisch voorbeeld van dat genre was een zekere Paul de Groot, een diamantbewerker die uit Antwerpen naar Nederland was gekomen, in de A.N.D.B. terecht beschouwd werd als een domme zwetser, en in de partij iedereen verveelde met langdradige, onsamenhangende, redevoeringen, waarbij hij de enige was die om de geestigheden die hij erin verwerkt meende te hebben, lachte. Hij zou naderhand in de gestaliniseerde partij een tweederangs-kracht worden; en na de oorlog, in de door het wegvallen van nagenoeg de hele leiding ontstane leegte, omhoog vallen tot het opperste leiderschap. Doch in de door mij beschreven periode was zijn positie nog volkomen in overeenstemming met zijn capaciteiten: nihil."

En hier is een algemene observatie die mij vele keren is ingevallen of opgevallen, zowel in de werkelijkheid als de literatuur: Eén van de dingen die opvallen is dat "linkse types" kennelijk al minstens sinds de Franse Revolutie hetzelfde zijn.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail